hulpbijconcentratie.nl

Blog februari 2017

    Kans op dyslexie door leesmethode (2017).

      Blog december 2016

        Blog november 2016

          Bijna 50, eindelijk diagnose

          Ik help onze zoon met grammatica. De vraag is: Wat is het onderwerp in de volgende zin:"Ze kijken naar Superman, die de oude vrouw redt." Ik kijk hem ingespannen aan en hoop dat hij de juiste regel, behorende bij het zoeken naar het onderwerp, toepast. Hij antwoordt: "De mensen".

          Een ogenblik, een fractie van een seconde, kijk ik hem verbouwereerd aan en schiet dan in de lach. Natuurlijk! Volkomen juist! Immers, ik zag ook heel snel de film in mijn hoofd draaien, waarin ik met heel veel mensen kijk naar hoe superman, in vol ornaat, dat stuntelende, onzekere oude vrouwtje redt!

          Ik zag een passend beeld (film) dat paste bij die zin. Net als onze zoon! Wij zijn namelijk beelddenkers!

          Wat is dat nou? Hebben we weer een nieuw stempel te pakken, naast ad(h)d, autisme, pdd-nos etc. etc.?

          Helemaal niet. Geen stempels. Alleen maar een auditief informatie verwerkingsprobleem: moeite hebben met vergaren en onthouden van informatie en moeite hebben met communiceren. En dan bedoelen we vooral concentratie vasthouden bij het lezen van teksten (informatie opnemen) en in gesprekken met mensen.

          Wat is beelddenken

          Beelddenken, of visueel-ruimtelijk denken genoemd, is een manier van denken in beelden en gebeurtenissen. Bij de beelddenker komt de informatie via alle zintuigen binnen. Bij taaldenken denkt iemand voornamelijk in woorden en zinnen.

          De meeste mensen denken zowel in taal als in beelden: tussen 40 en 60 procent. De ene keer gebruik je een beeld, ter ondersteuning om iets te begrijpen, de andere keer volstaat taal. Een beelddenker zal altijd voor meer dan 60 procent in beelden denken, terwijl een taaldenker dit voor minder dan 40 procent doet.

          Wist u dat 5% van de kinderen in een klas een beelddenker is! 

          De twee hersenhelften

          De hersenen bestaan uit twee helften, die via talloze onderlinge verbindingen samenwerken.

          Van beelddenkers is de rechter hersenhelft sterker ontwikkeld. De linker hersenhelft is achter gebleven.

          De Amerikaanse hoogleraar in de psychobiologie, Roger W. Sperry, heeft dit verder onderzocht. Een Nederlandse wetenschapper die onderzoek gedaan heeft naar informatie verwerking is de neuroloog Jaap Murre. 

          Bij het gebruik van woorden, logisch denken, oog voor details, gericht zijn op feiten schakelen we voornamelijk de linker hersenhelft in, terwijl we de rechter hersenhelft inschakelen bij het hebben van verbeelding, overzicht (helicopter view), dagdromen en associaties.

          Iemand die van de hak op de tak springt gebruikt zijn rechter hersenhelft. Bij boekhouders is de linker hersenhelft beter ontwikkeld.

          Beelddenkers vinden we veelal onder musici, kunstenaars of schrijvers.

          Hoe werkt beelddenken

          De beelddenker denkt in overeenkomsten en legt snel verbanden.

          Nieuwe kennis wordt toegevoegd aan informatie die er al is. Soms lijkt het of informatie niet aan komt: er wordt echter naar beelden gezocht die bekend zijn, waaraan de beelddenker de nieuwe informatie kan koppelen.

          Is er géén houvast waaraan de nieuwe kennis gekoppeld kan worden, heeft de beelddenker het moeilijk! Hoe moet hij nu onthouden? Hij maakt zélf beelden om het te snappen, maar maakt hij wel het juiste beeld? 

          Dit kan heel verwarrend zijn en vanuit deze verwarring kan hyperactief of impulsief gedrag ontstaan. Dit lijkt op het gedrag, dat de adhd’er ook laat zien! 

          Beelddenkers denken in beelden en moet vervolgens de juiste woorden bij het plaatje (of gevoel) zoeken. Hij bevindt zich in het bedachte beeld.

          Als hij iets wil vertellen, moet hij zichzelf buiten het beeld plaatsen. En er vervolgens naar kijken en vertellen wat hij ziet.

          Taaldenkers gebruiken beelden ter ondersteuning om iets te vertellen. Taaldenker bedenkt plaatje bij zijn woorden. Dit is dus andersom! 

          Waaraan herken je beelddenken?

          • Beelddenkers hebben zwakke concentratie en zijn snel afgeleid, lijken niet geïnteresseerd of dromerig, hebben moeite instructies op te volgen en hebben laag werktempo.
          • Beelddenkers hebben moeite met spelling. De diagnose dyslexie kan worden gesteld, terwijl de oorzaak gelegen is in een anticiperende leesstrategie. Laat een beelddenker een niet bestaand woord spellen en zeer waarschijnlijk lukt dat! Een dislect kan dit niet! Dyslexie is een afwijking in de hersenen, omdat gebiedjes daar niet goed samenwerken. 
          • Beelddenkers onthouden de betekenis van het woord, niet de schrijfwijze.
          • Beelddenkers kunnen hun antwoorden niet beredeneren, want het denken in beelden gaat zo snel, dat de hersenen niet in staat zijn om ieder plaatje bewust waar te nemen. Ze weten vaak ook niet meer hoe ze aan het antwoord kwamen. Op school wordt het fout gerekend, omdat op school het proces beloond wordt.

          Geloofwaardigheid

          Mensen zijn sceptisch over het denken in beelden. Er is literatuur, waarin bewezen wordt, dat er twee leersystemen zijn om informatie tot ons te nemen: het verbale en het visueel/ruimtelijke.

          Uit wetenschappelijk onderzoek, “Rise and Decline of Verbal and Visuospatial Memory” door Jaap Murre (2010) komt naar voren dat het geheugen van mensen vanaf het vierde jaar een voorkeur krijgt voor één van beide systemen. Het onderzoek toont aan, dat één van deze systemen dominant is.

          Beelddenken in onze maatschappij

          In onze maatschappij hechten we veel waarde aan zaken als taal, geduld, op tijd komen enz. Echter door de komst van beeldschermen en internet evolueert dit waardepatroon langzaam naar andere prioriteiten. Kinderen van nu krijgen veel meer met beelden te maken en raken hierdoor visueler ingesteld, waardoor de rechterhersenhelft van jongsaf aan meer geprikkeld wordt en daardoor meer ontwikkeld kan zijn dan de linkerhersenhelft. Details zijn minder belangrijk geworden. We vliegen over het internet, om het grote geheel te overzien en verbanden te leggen.

          Door zijn associatieve denken zit de beelddenker tijdens communiceren gauw op een ander niveau en hij volgt de taaldenker niet meer. De kiem voor misverstanden is zo gelegd.

          Aanpak

          Gelukkig zijn er eenvoudige hulpmiddelen om met nieuwe kennis om te gaan. Vooraf samenvattingen lezen bijvoorbeeld, zodat de beelddenker “kapstokken” maakt om de nieuwe kennis te kunnen koppelen. Het maken van een mindmap en het gebruiken van kleur zijn andere technieken.

          Tot slot

          Al jaren zocht ik naar wat er met mij aan de hand was. Waarom ik op school altijd de laatste (en enige) leek te zijn die iets begreep. Op toetsvragen gaf ik soms hele verhalen als antwoord "'het juiste zal er wel tussen staan", omdat ik niet begreep waar de vraagsteller nu heen wilde. Waarom sommige banen, die toch niet moeilijk waren, mij toch bloednerveus maakten: waar willen ze toch heen? Wat bedoelen ze toch?

          Alle therapieën ten spijt, erkenning van de andere wijze van omgaan met informatie is het enige dat helpt. De levenslange emotionele blokkades zijn ineens voor een groot deel weg. Bijna 50 jaar oud, eindelijk de diagnose.

          Meer weten

          Landelijk zijn er coaches opgeleid om beelddenkers te helpen bij het maken van de vertaalslag van taal naar beeld.

          Met behulp van een beeldenbrein coach wordt leren weer leuk!

           

           



          Wij zijn niet zozeer anders,de rest is alleen hetzelfde.